Voel je goed in elke zone.

De intieme zone

In de intieme zone, begrensd door een armlengte afstand, ontmoeten verliefden elkaar innig, maar ook kunnen twee personen er op vertrouwelijke manier met elkaar spreken en emoties met elkaar delen zoals tederheid, troost en bescherming. Je bent hier zo dichtbij dat je elkaar ruikt en elkaars lichaamswarmte kunt voelen. Je hoort, ruikt en voelt ook elkaars adem. Je bent misschien te dichtbij om de ander zijn gezichtsuitdrukking goed te kunnen waarnemen, maar je kunt zijn pupillen groter en kleiner zien worden. Om elkaar te verstaan hoef je alleen maar te fluisteren. Wanneer iemand onze intieme zone betreedt reageren we daar fysiek op. Het adrenalinepijl stijgt, we gaan transpireren en ons hart slaat sneller om meer bloed naar de spieren en de hersenen te pompen. Deze reacties betekenen in biologisch opzicht dat we ons gereed maken voor een handeling: wegrennen van een vijandige indringer, vechten of een geliefd persoon omhelzen en kussen. Om de ander toe te laten in deze intieme zone zul je voldoende om hem moeten geven of hem genoeg vertrouwen. Dit laatste geldt zeker ook voor de medische hulpverleners zoals huisarts en tandarts die we in deze zone toelaten om ons te behandelen. Anderen zullen we liefst weren uit dit gebied. Als we toch een vreemde moeten toelaten in deze ruimte, bijvoorbeeld in een volle tram of in een lift, zullen we op alle mogelijke manieren laten blijken dat we geen intimiteit wensen. We wenden ons hoofd af, voorkomen oogcontact, spreken niet en sluiten ons af door een gesloten houding met gekruiste armen. Als we de ander per ongeluk aanraken, zullen we onze spieren spannen en ons excuseren. Ook geweldsincidenten zoals aanranding en ander agressief gedrag, vinden plaats binnen de intieme zone. De ongewenste betreding van dit gebied is een van de dingen die ons het meest krenken.

De persoonlijke zone

De meeste gesprekken vinden plaats in de persoonlijke zone. Deze zone sluit aan op de vorige. Wanneer je iemand op straat tegenkomt kun je deze afstand bewaren en hem daarbij nog makkelijk de hand schudden. Je kunt met hem in gesprek treden zonder luid te hoeven spreken. Tijdens het gesprek heb je genoeg mogelijkheid om elkaar aan te kijken en weg te kijken. Alle gezichtuitdrukkingen en armbewegingen van de ander zijn goed te zien. Deze zone biedt ruimte aan de gespreksdeelnemers en kan een eventuele derde persoon de gelegenheid bieden om deel te nemen aan het gesprek. Toch biedt deze zone ook nog genoeg veiligheid om ook over vertrouwelijke zaken met elkaar te spreken. Als je een grotere afstand dan deze zou aannemen, zou het veel lastiger zijn om op vertrouwelijke basis met elkaar te spreken. Indien je dit toch probeert, zul je door de ander waarschijnlijk als afstandelijk beschouwd worden.

De sociale zone

Aansluitend aan de persoonlijke zone bevindt zich de sociale zone. Hierbinnen vindt het sociale contact op verjaardagsfeestjes, tijdens maalijden en vergaderingen plaats. In deze zone kunnen zich objecten bevinden, die de onderlinge afstand benadrukken, zoals een tafel of een loket. Je spreekt er met elkaar, zonder de ander te kunnen aanraken. Als je iets wil bespreken dat niet al te persoonlijk is, maar wat ook niet iedereen hoeft te horen, is deze zone erg geschikt. In contact moet je elkaar hier wel aankijken, maar dit is niet moeilijk te verdragen omdat je genoeg ruimte hebt om ook even weg te kijken. Als we vreemden ontmoeten in deze ruimte, bijvoorbeeld wanneer ze tegenover ons in de trein komen zitten, is het niet makkelijk om ze te negeren. Als we geen contact maken, toont de ander vaak tekenen van onrust. Ze staan of zitten soms in een krampachtige houding, zijn verdiept in krant of tijdschrift, of kijken naar buiten. In ieder geval zullen zij hun best doen om oogcontact te vermijden. Zelf voelen we ons ook onprettig in zo’n situatie en zullen soortgelijk gedrag vertonen. We ervaren het dan als een opluchting als de ander vertrekt. Meestal is het beter om in zo’n situatie wel even aandacht aan de ander te besteden. Meestal is groeten genoeg om de spanning te doorbreken, maar vaak zal er ook wel een gesprek ontstaan.

De publieke zone

In de publieke zone kunnen we een grotere groep mensen toespreken. Het is het gebied waarin we mensen groeten als we er geen gesprek mee willen voeren. Mensen met wie we beslist geen contact willen, bijvoorbeeld omdat ze dronken zijn, houden we ook graag op deze afstand. Alle openbare zaken die vragen om een afstandelijke, neutrale houding handelen we er in af. We voeren er groepsgesprekken en onderhandelingen. De mannequin showt er haar kleren en de leraar geeft er les. Je ziet mensen niet meer individueel maar als een groep die je toespreekt of voor wie je toneel speelt. Er moet luid en duidelijk worden gesproken om verstaanbaar te zijn. Omdat iedereen de spreker kan horen, gaat het om onpersoonlijke informatie. Op deze afstand kan oogcontact met een vreemde erg hinderlijk zijn. Denk maar aan de situatie in een restaurant waar je ogen de blik van iemand aan een andere tafel vangen. Je wilt hem of haar niet aankijken, maar de blik blijft trekken. Steeds weer moet je zien of de ander je nog aanstaart. Telkens ook blijkt de ander nog steeds naar je te kijken; logisch, want die ander is ook verstrikt in ditzelfde spel.

En verder?

Na de publieke zone houdt de beschrijving van Hall op. Dit zou betekenen dat er buiten de afstand van zo’n 8 meter niet meer wordt gecommuniceerd. Dit is natuurlijk niet waar. In de oorspronkelijke beschrijving van Hall is elke afzonderlijke zone weer onderverdeeld in twee subzones, namelijk de dichtbije en de verre. Zo beschrijft hij dus een dichtbije intieme zone en een verre, een dichtbije persoonlijke zone en een verre, enzovoort. Je zou dus kunnen zeggen dat er eigenlijk acht zones zijn, maar Hall heeft dat niet zo benoemd. Hall beschrijft overigens geen duidelijke reden voor deze keuze van onderverdeling en veel hedendaagse schrijvers over lichaamstaal laten deze onderverdeling maar helemaal achterwege. Mogelijk omdat ze de onderverdeling van de vier zones in elk weer twee andere overbodig of onduidelijk vinden. Zelf heb ik er voor de duidelijkheid ook voor gekozen om de onderverdeling van elke zone achterwege te laten. Als dat veel vragen gaat oproepen, kunnen ze altijd nog worden toegevoegd. (Dat is toch wel een voordeel van Internet ten opzichte van een boek!) Hiermee is alleen het probleem van de ruimte voorbij de publieke zone (de verre publieke zone) nog niet opgelost. Daarom voeg ik er in mijn beschrijving van de zones, gewoon een eigen zone bij. Hierover dus geen boze brieven naar Edward T. Hall!

De buitenliggende zone

Buiten de acht meter is een gesprek voeren erg lastig. We kunnen deze afstand nog wel met stemverheffing overbruggen. Non-verbaal maken we daarbij meer gebruik van armbewegingen. Het is immers niet meer goed mogelijk om de ander zijn gezicht duidelijk te onderscheiden. Voor het op deze afstand toespreken van publiek, bijvoorbeeld in een concertgebouw of kerk is minimaal een microfoon nodig. Het is minder makkelijk om feed-back van het publiek te krijgen dat zich op deze afstand bevindt. De spreker zal zich dus ook meer richten op de mensen die zich op de eerste rijen bevinden, en dus in de (dichtbije) publieke zone. Naar bekenden die we op straat zien lopen op deze afstand, kunnen we nog zwaaien. Deze afstand biedt echter ook de mogelijkheid om dit achterwege te laten en voor te wenden dat we de ander niet hebben gezien. Als een bekende op ons komt toelopen, zullen we hem in ieder geval hier nog niet groeten. We zullen wegkijken, totdat hij op enkele meters is genaderd.

( Bron is= Lichaamstaal.nl )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *